Project KwaliGeit

Het project KwaliGeit is een keten-kwaliteitszorgsysteem. Het is een door de inzamelaars/verwerkers van geitenmelk opgezette privaatrechtelijke erkenningsregeling. In samenwerking met LTO Melkgeitenhouderij zijn criteria voor beoordeling opgesteld. De criteria en de bijbehorende normen zijn ondergebracht in een vijftal modules, te weten:

  1. Bedrijfshygiëne,
  2. Diergeneesmiddelen,
  3. Diergezondheid en -welzijn,
  4. Voer en drinkwater,
  5. Melkwinning en koeling.

Ervaren keurmeesters bezoeken het geitenbedrijf op afspraak en beoordelen aan de hand van een beoordelingsprotocol de in de modules vastgelegde criteria. Uitgangspunt is dat alle geitenhouders, die geitenmelk leveren aan een van de VKGN-leden, in het bezit zijn van een certificaat van KwaliGeit-erkenning.

In onderstaand schema (Werkgebied KwaliGeit) kunt u zien hoe de verschillende kwaliteitszorgsystemen voor voer (GMP), dierenartsendiensten (GVP), servicemonteurs koeltank (STEK) en melkmachine (KOM), melktransport (COKZ) en melkverwerking (HACCP) gezamenlijk een stelsel van kwaliteitszorg door de gehele keten vormen.

 

GVP good veterinarian practice
STEK stichting erkenningsregeling koeltechnisch bedrijf
COKZ centraal orgaan voor kwaliteitsaangelegenheden in de zuivel
CBL centraal bureau levensmiddelenhandel
GMP good manufacturing practice
KOM kwaliteitszorg onderhoud melkinstallatie
HACCP hazard analysis on critical control points
RMO rijdende melk ontvangst

Dit zijn kwaliteitszorgsystemen per sector of per activiteit. Binnen het project KwaliGeit mag een geitenhouder alleen zaken doen met toeleveranciers van producten en/of diensten die aan deze kwaliteitszorgsysteem deelnemen. Om KwaliGeit erkend te worden en te blijven kan een geitenhouder alleen voer afnemen van een voerleverancier die voldoet aan de GMP-verklaring. De dierenarts van het geitenbedrijf dient te handelen volgens de algemene code voor Goede Veterinaire Praktijkuitoefening van de KNMvD (Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde). De onderhoudsmonteur voor de melkinstallatie dient volgens de KOM-richtlijnen te werken. De onderhoudsmonteur van de koeltank dient een STEK-erkenning te bezitten.

De melkrijder dient in het bezit te zijn het diploma RMO-chauffeur. Het COKZ houdt toezicht op de naleving van regels voor het melktransport (RMO = rijdende melk ontvangst). Controle vindt plaats op de werkwijze van de chauffeur/monsternemer, op de reiniging en desinfectie van de tankwagens en op de juiste volumemeting van de melkpomp. Alle Nederlandse voedingsmiddelenbedrijven dienen verplicht een kwaliteitshandboek bij te houden. Voor de meeste bedrijven gebeurt dit volgens een HACCP-systeem. Een bedrijf wordt door een onafhankelijke keuringsinstantie beoordeeld en HACCP-erkend. De CBL-HACCP-code is een uitgebreid hygiënesysteem voor de winkelvloer.